Paradis



Zijn ogen vallen keer op keer sloom dicht. Hij probeert het nog tegen te houden door zijn ogen te richten op een punt in de verte, maar er is geen houden aan. Zijn nietsziende ogen gaan onherroepelijk dicht. Het hoofd knikkebolt naar zijn borst waardoor zijn gezicht verdwijnt achter schouderlang haar. 

En dan probeert hij het opnieuw.


Hij is net ingestapt bij halte Florida op de trambaan naar Bergen Lufthavn. Het weer doet de naam Florida eer aan. Het is er 29 graden. In de rest van het zuidelijk deel van Noorwegen is het al een geruime tijd zonnig en warm. Voorlopig komt daar geen verandering in.


Met uitzondering van de jonge man die maar steeds in slaap sukkelt is iedereen hier luchtig gekleed. Vrouwen in dunne jurkjes en mannen in korte broeken. Open sandalen of kleppertjes. Met zijn dikke zwarte jas, spijkerbroek en sneakers valt de graatmagere man wel uit de toon. Ook de wijze waarop hij naar een stoel aan de zonkant van de tram schuifelde is ongewoon voor zo’n jonge vent. Hij heeft zich de moeite bespaard om zijn rugzak af te doen. Die gebruikt hij als ruggesteun. Een rood-wit plastic tas houdt hij losjes op de stoel naast hem vast. Zijn andere hand ligt met open handpalm krachteloos op zijn been. 


Zijn gelaat is vaalwit. Dit wordt geaccentueerd door zijn zwarte stoppelbaard. Hij lijkt uitgeput. Alsof hij een lange reis achter de rug heeft en nu, met een uiterste krachtinspanning, het laatste stukje aflegt. Hij kent deze plek. Hij is op weg naar een bekend heenkomen hier in de stad.


Als hij zich weer even heeft opgepept praat hij wat in zichzelf. Hij laat een tramhalte aan zich voorbij gaan en weet wanneer hij op moet staan. Hij schuifelt naar de uitgang en verlaat de tram bij halte Kronstad. De bekroning op een voltooide reis, lijkt wel. Als hij was blijven zitten was hij beland in Sletten of in Slettebakken. Nee, dan had hij langer moeten blijven zitten: tot de tramhalte Paradis. Het was hem gegund om daar uit te stappen. Wie weet had dat hem goed gedaan. Wie wil nou niet uitstappen in het paradijs

©: 2019 cathinka de vries